WAT ZEGT DE BIJBEL OVER VOEDING:
gen 3:18
en gij zult het gewas des velds eten; (denk hierbij aan brocolie, sperciebonen, bloemkool etcetc)
Leviticus 11,1-47
Dit zijn de dieren, die gij eten moogt van al het gedierte dat op de aarde is. 3 Al wat gespleten hoeven heeft, te weten geheel doorkloofde hoeven, en wat herkauwt onder de dieren moogt gij eten.
4 De volgende echter zult gij niet eten van de dieren die herkauwen of gespleten hoeven hebben: de kameel, omdat die wel herkauwt, maar geen gespleten hoeven heeft; onrein zal die voor u zijn. 5 Ook de klipdas, omdat die wel herkauwt, maar geen gespleten hoeven heeft; onrein zal die voor u zijn. 6 Ook de haas, omdat die wel herkauwt, maar geen gespleten hoeven heeft; onrein zal die voor u zijn. 7 Ook het zwijn, omdat het wel gespleten hoeven, ja zelfs geheel doorkloofde hoeven heeft, maar niet herkauwt; onrein zal het voor u zijn. 8 Van hun vlees zult gij niet eten en hun aas zult gij niet aanraken; onrein zullen die voor u zijn.
9 Dit moogt gij eten van al wat in het water leeft: al wat vinnen en schubben heeft, in het water, in de zeeën en in de stromen, dat moogt gij eten. 10 Maar al wat geen vinnen of schubben heeft, in de zeeën en de stromen, onder al wat in het water wemelt en onder alle levende wezens die in het water zijn, dat zal u een gruwel wezen. 11 Ja, een gruwel zullen zij u zijn; van hun vlees zult gij niet eten en hun aas zult gij verafschuwen. 12 Alles in het water, dat geen vinnen of schubben heeft, dat zal u een gruwel zijn.
13 Deze zult gij verafschuwen onder de vogels, – zij mogen niet gegeten worden, een gruwel zijn zij –: de arend, de lammergier en de zeearend, 14 de wouw en alle soorten gieren, 15 alle soorten raven, 16 de struisvogel, de katuil en de meeuw en alle soorten sperwers, 17 de steenuil, de aalscholver en de oehoe, 18 de witte uil, de pelikaan, de aasgier 19 en de ooievaar, alle soorten reigers, de hop en de vleermuis.
20 Alle wemelend gedierte met vleugels, dat op vier poten gaat – dat zal u een gruwel zijn. 21 Deze echter moogt gij eten van al het wemelend gedierte met vleugels, dat op vier poten gaat: die boven zijn voeten dijen heeft om daarmee over de grond te springen. 22 Deze moogt gij daarvan eten: alle soorten sprinkhanen, alle soorten treksprinkhanen, alle soorten veldsprinkhanen en alle soorten kleine treksprinkhanen. 23 Maar alle wemelend gedierte met vleugels, dat vier poten heeft, dat zal u een gruwel zijn. 24 Aan deze verontreinigt gij u; ieder die hun aas aanraakt, zal onrein zijn tot de avond, 25 en ieder die van hun aas opneemt, zal zijn klederen wassen en onrein zijn tot de avond.
26 Alle dieren die gespleten hoeven hebben, maar niet geheel doorkloofde hoeven, en die niet herkauwen, zullen u onrein zijn; ieder die ze aanraakt, zal onrein zijn. 27 Ook alle zoolgangers onder al de viervoetige dieren zullen u onrein zijn: ieder die hun aas aanraakt, zal onrein zijn tot de avond. 28 En hij die hun aas opneemt, zal zijn klederen wassen en onrein zijn tot de avond; onrein zullen zij u zijn.
29 Dit zal u het onreine zijn onder het wemelend gedierte dat op de grond wemelt: de mol, de muis en alle soorten padden; 30 en de egel, de waraan en de hagedis, de slak en het kameleon. 31 Deze zullen u onrein zijn onder al het wemelend gedierte. Ieder die ze aanraakt, als zij dood zijn, zal onrein zijn tot de avond. 32 En alles waarop zulk een dier valt, als het dood is, zal onrein zijn; elk houten vat of kledingstuk of vel of zak, elk gebruiksvoorwerp, zal in het water gelegd worden en onrein zijn tot de avond; dan zal het rein zijn. 33 En elk aarden vat, waarin zulk een dier valt – alles wat daarin is, zal onrein zijn, en gij zult het stuk breken. 34 Alle voedsel dat gegeten mag worden, waarop water komt, zal onrein zijn; en alle drank die gedronken mag worden, zal in al zulk vaatwerk onrein zijn. 35 En alles waarop zulk aas valt, zal onrein zijn: de oven en de bakpan zullen gebroken worden, onrein zijn zij en onrein zullen zij u zijn; 36 een bron echter of een put, een vergaarbak van water, zal rein zijn; maar die zulk aas aanraakt, zal onrein zijn. 37 En wanneer zulk aas valt op enig zaaizaad dat uitgezaaid zal worden, dan zal dit rein blijven. 38 Maar wanneer water op dat zaad gedaan is en er valt zulk aas op, dan zal het u onrein zijn.
39 Wanneer een van de dieren die u tot spijze zijn, sterft, dan zal hij die zijn aas aanraakt, onrein zijn tot de avond. 40 En hij die van zijn aas eet, zal zijn klederen wassen en onrein zijn tot de avond; ook hij die zijn aas opneemt, zal zijn klederen wassen en onrein zijn tot de avond.
41 En al het wemelend gedierte dat op de grond wemelt, is een gruwel, het zal niet gegeten worden. 42 Alles wat op de buik gaat en alles wat op vier voeten gaat, ook alle veelvoetigen van allerlei wemelend gedierte dat op de grond wemelt, dat zult gij niet eten, want die zijn een gruwel. 43 Maakt uzelf niet verfoeilijk door enig wemelend gedierte en verontreinigt u daardoor niet, zodat gij daardoor onrein wordt. 44 Want Ik ben de HERE, uw God; heiligt u en weest heilig, want Ik ben heilig; verontreinigt uzelf niet door allerlei wemelend gedierte dat op de grond krioelt. 45 Want Ik ben de HERE, die u uit het land Egypte heb doen trekken, om u tot een God te zijn; weest heilig, want Ik ben heilig. 46 Dit is de wet aangaande het vee, het gevogelte en elk levend wezen dat krioelt in het water, en elk wezen dat op de grond wemelt – 47 om scheiding te maken tussen het onreine en het reine, tussen de dieren die gegeten mogen worden, en de dieren die niet gegeten mogen worden.
Leviticus 17,10-16
Verbod van vet en bloed
22 De HERE sprak tot Mozes: 23 Spreek tot de Israëlieten: Gij zult in het geheel geen vet van rund, schaap of geit eten. 24 Het vet van een gestorven of verscheurd dier mag voor allerlei doeleinden gebruikt worden, maar eten zult gij het in geen geval. 25 Want ieder die vet eet van het vee, waarvan men een vuuroffer voor de HERE brengt, – wie dat eet, zal uit zijn volksgenoten uitgeroeid worden. 26 Ook zult gij in al uw woonplaatsen in het geheel geen bloed eten, van gevogelte noch van vee. 27 Alwie enig bloed eet, die zal uit zijn volksgenoten uitgeroeid worden.
WAT ZEGT DE WETENSCHAP OVER VOEDING:
De kwaliteit van de dagelijkse voeding is verantwoordelijk voor het algemeen welbevinden en de kracht van de lichaamseigen afweer. Het is daarom belangrijk om bewust te zijn van wat u eet. Maar wat is goed en wat niet? Welke richtlijnen kunt u volgen? Een optimale voeding voor alle mensen is er niet want iedere persoon is een uniek systeem!
Laat u in eerste instantie altijd
leiden
door wat uw lichaam, uw gevoel, uw intuïtie, uw smaak u aangeeft te eten. Dit
kan
van dag tot dag verschillen. Eet niets waar u een afkeer voor heeft of wat u niet verdraagt. Uw lichaam geeft hiermee aan dat dit voedingsmiddel niet goed voor u is. Wij hebben over het algemeen geleerd ons te richten op wat gezegd wordt dat goed is en vergeten daarmee nogal eens om naar ons eigen unieke lichaam te luisteren. Verder heeft ook de cultuur en de opvoeding, ons een voedingspatroon aangeleerd, waarop wij een "goede voeding" baseren.
Wanneer u onzeker bent,
kan
een bioresonantie voedingsmiddelen-test u meer duidelijkheid geven. Middels de bioresonantie
kan
uitgetest worden op welke voedingsmiddelen het lichaam gevoelig, onverdraagzaam dan wel allergisch reageert, dus welke voedingsmiddelen u beter uit uw voedingspatroon weg kunt laten.
Kies voor natuurlijke liefst biologische voeding (i.v.m.bestrijdingsmiddelen en chemische toevoegingen, let ook op E-stoffen), chemische substanties kunnen namelijk minder goed door het lichaam verwerkt worden, ze kunnen zelfs zeer belastend zijn. Lees zorgvuldig de etiketten! Kies zo volwaardig mogelijke producten, dus zo min mogelijk bewerkte en verwerkte producten (zoals volkoren, zilvervlies, ongeraffineerd, etc.). Belangrijke blijft natuurlijk altijd, zorg voor voldoende variatie! Gebruik geen magnetron, het belast de voeding met straling
KOOLHYDRATEN
Koolhydraten zijn de energieverschaffers van het lichaam (warmtevoorziening, kracht, uithoudingsvermogen). Koolhydraten is de verzamelnaam voor zetmeel (complexe, langzame koolhydraten) en suikers (snelle koolhydraten). Zetmeel zit onder andere in granen, aardappelen, peulvruchten en rijst. En de suikers zijn onder te verdelen in natuurlijke suikers zoals melksuiker (zuivel), vruchtensuiker (vruchten) en pure (geraffineerde) suiker.
- Zorg dat je je koolhydraten haalt uit natuurlijke, schone en ongeraffineerde producten zoals volkoren granen en zilvervliesrijst. Vermijdt geraffineerde producten zoals witmeel en witte snelkookrijst. Geraffineerde producten beschadigen de darmflora, stimuleren rottingsprocessen en de groei van schimmels in de darmen.
- Zorg dat je zowel de complexe koolhydraten (brood en aardappelen) , als de natuurlijke snelle koolhydraten (zuivel en fruit) binnenkrijgt.
- Gebruik geen producten waarin pure suikers zijn verwerkt zoals snoep en koek. Ze bevatten loze calorieën en geen andere belangrijke voedingsstoffen. Geraffineerde suiker beschadigt de darmflora, werkt demineraliserend en werkt als pepmiddel. Het lichaam krijgt een korte tijdelijke oppepper maar daarna zakt het lichaam weer in en voelen we ons suf en vermoeid. Het lichaam raakt al snel verslaafd aan deze korte tijdelijke oppeppers. Hierdoor ontstaat snoepzucht / snackzucht! Opgelet, suiker zit in vele van onze huidige voedingsmiddelen verstopt, dit om te zorgen dat we blijven eten! Pas ook op voor zogenaamde suikervrije producten waar kunstmatige zoetstoffen in verwerkt zijn zoals aspartaam, cyclamaat e.d. Wel goede zoetstoffen zijn natuurlijk gewonnen honing, ahornsiroop en appel- of perendiksap.
VLEES
Eiwitten zijn van belang voor de opbouw (groei) en het in stand houden van het lichaam (herstel en genezing). Daarnaast leveren ze energie, waarbij overtollige energie wordt opgeslagen in lichaamsvet. Een voortdurend verhoogde consumptie van dierlijke eiwitten (vlees, melkproducten, vis, eieren) leidt tot eiwitopslag (o.a. cholesterol) aan de wanden van de bloedvaten (m.n. de haarvaten) met als gevolg een zeer gebrekkige verzorging en verslakking van de weefsels. Een verhoogde verslakking benadeelt tenslotte de cel-ademing (zuurstoftekort in de organen) en de cel-verzorging (beschadiging tot afsterving van organen) met alle daaruit voortkomende gevaren.
- Verlaag de consumptie van dierlijke eiwitten en verhoog de consumptie van plantaardige eiwitten zoals tofoe, tempeh, brood, granen en peulvruchten.
- Kies voor dierlijke eiwitten die arm aan verzadigde vetzuren zijn of rijk aan meervoudige vetzuren.
Vis
is in het algemeen arm aan verzadigde vetzuren, maar alleen vette vis is ook rijk aan meervoudige vetzuren.
- Kies voor magere vleessoorten: kip, kalkoen, mager schapen- en rundvlees.
HET GEVAAR VAN VARKENSVLEES
In vergelijking met alle andere dierlijke eiwitten heeft varkensvlees zeer belastende nadelen voor het menselijk organisme.
Varkensvlees is enorm vethoudend, omdat het ook intracellulair vet bevat (dus ook in de cellen van de spieren), terwijl vet bij alle andere vleessoorten uitsluitend in het vetweefsel gevonden wordt. Er bestaat dus geen “mager varkensvlees".
De eiwitstructuur van varkensvlees lijkt erg veel op de eiwitstructuur van het menselijk lichaam. Het afweersysteem herkent varkensvlees daarom niet als lichaamsvreemd. Dit heeft tot gevolg dat wanneer wij varkensvlees eten wij zeer gemakkelijk de in het varkensvlees opgeslagen eigenschappen, belastingen en vergiffen opnemen en in ons lichaam opslaan. Het bindweefsel van het varken bezit veel zwavelmoleculen wat slijmerige zwellingen veroorzaakt. Deze slijmerige zwellingen zijn de reden waarom varkensvlees zo smeerbaar is en waarom men er zo goed worst van
kan
maken. Door het eten van varkensvlees slaat de eigenschap tot het vormen van slijmerige zwellingen zich op in het menselijk weefsel en vormt daarmee een van de basisproblemen van reumatische ziekten. Verder bevat varkensvlees een extreem hoog aandeel histamine en is rijk aan groeihormonen. Het bevordert daarmee allerlei ontstekingsprocessen, zwelling- en prikkeltoestanden, groeitendensen (dus ook van ontaarde cellen), nerveuse klachten en stress.
Het varken is van zichzelf een ziek dier, dat zelfs wanneer het onder gunstige omstandigheden wordt gehouden, zijn biologische leeftijd meestal niet bereikt. Wordt het niet op kortere termijn geslacht, dan lijdt het aan ziekten zoals slagaderverkalking, hartinfarct en vooral kanker. Omdat het zijn celstructuur in de structuren van het menselijk weefsel inbouwt, dient om de tot nu toe benoemde redenen, varkensvlees uberhaupt niet gegeten te worden. Denk hierbij aan het gezegde: “de mens is, wat hij eet”! Als goede laatste herinner ik u eraan, dat de huiveringwekkende omstandigheden van de massa-dieren-industrie de toxische (giftige) belasting van het varken nog drastischer verhogen.
VETTEN
Er zijn veel misverstanden over de consumptie van vetten. Het gebruik van de juiste vetten is essentieel voor het goed functioneren van het lichaam. De juiste vetten bevatten meervoudig onverzadigde vetzuren. Deze zijn in ons lichaam vooral van belang bij het vormen van celmembranen en de aanmaak van prostaglandines. Prostaglandines spelen in tal van lichaamprocessen een belangrijke rol. Ze zijn onder meer betrokken bij de hormoon- en cholesterolhuishouding, de bloeddruk, de afweer, de bloedstolling en de celdeling. In onze westerse samenleving eten wij over het algemeen teveel geharde verzadigde vetten (vlees, melk, margarine en kaas) en te weinig onverzadigde vetten (olijfolie, zonnebloemolie en vette vis).
- Verhoog de consumptie van onverzadigde vetzuren (olijfolie, avocado's) en van meervoudig onverzadigde vetzuren (noten-, lijnzaad-, tarwekiem-, saffloer-, zonnebloem-, sesam-, koolzaad-, teunisbloem- en borage-olie). De olie moet wel koudgeperst en ongeraffineerd zijn!
- Vette vis is ook een belangrijke bron van onverzadigde olie (EPA en DHA). Vette vissoorten zijn: wilde zalm, zalmforel, makreel, tarbot, haring, sardines, heilbot, bokking, sprot.
- Margarine en halvarine zijn chemisch verhard en dus een belasting voor het lichaam. Vooral de in papier verpakte pakjes bevatten veel transvetzuren, tevens worden ze gemaakt met chemische behandelingen. Roomboter is in die zin beter.
- Gebruik iedere dag de goede vetten, b.v. vette vis en een lepel lijnzaadolie. Gebruik voor het bakken olijfolie, geklaarde roomboter of cocosnootolie. Beter is echter stomen. Aanbevolen snacks zijn avocado’s, zonnebloempitten, lijnzaden en noten: hazelnoten, walnoten, amandelen.
Opgelet: des te onverzadigder een vet is, des te gevoeliger deze voor oxidatie wordt. Bewaar deze daarom donker en koel, bijvoorbeeld in de koelkast. Eet nooit iets ranzigs!
Gebruik liefst koudgeperste (extra vierge) oliën, anders zijn de oliën door de persing reeds verwarmd en soms ook al geoxideerd. Vitamine E heeft een anti-oxidatieve werking, en wordt daarom in combinatie met vetten geadviseerd. Olijfolie, tarwekiemolie, saffloerolie, kool, broccoli en noten bevatten reeds natuurlijke vitamine E.
ZUIVEL
Nederland is een van de weinige landen die na de kleine kinder leeftijd nog melk drinkt. Dit is eigenlijk heel tegen-natuurlijk. Het menselijk lichaam
kan
namelijk na een bepaalde leeftijd de lactose (melksuiker, een bestanddeel van melk) minder goed verwerken. Wanneer nu aan melk bacteriën toegevoegd worden die de lactose omzetten in zuren, zoals bij karnemelk, yoghurt en kwark, is het lichaam wel in staat de melkproducten te verwerken en de waardevolle bestanddelen te gebruiken.
WAAROM BIOLOGISCH?
Tien goede redenen om biologisch te kopen:
1. Biologisch eten smaakt lekkerder
Biologische gewassen worden niet opgejaagd, maar krijgen de tijd om te groeien, te rijpen en op smaak te komen. Het geheim van de smaak? Biologische groenten worden niet zo zwaar bemest. Ook de dieren krijgen de ruimte om in hun eigen tempo te groeien en volwassen te worden. Daarom is biologisch vlees voller van smaak.
2. Meer vitaminen en mineralen
Biologische groenten bevatten meer vitamine C, en vaak ook meer mineralen en anti-oxidanten dan gangbare. Ook bevatten ze minder resten van bestrijdingsmiddelen en minder nitraat. Daarom zijn biologische groenten en fruit gezonder en voedzamer dan gangbare. Vooral kleine kinderen kunnen beter biologische voeding eten. Er zijn residuen die een schadelijk effect kunnen hebben op hun ontwikkeling. Wie biologisch kiest, zit zeker goed. 3. Biologische dieren hebben het beter
Biologische zuivel, eieren en vlees komen van dieren die een goed leven hebben gehad. Biologische boeren vinden het welzijn van hun dieren belangrijk en houden rekening met de aard van het beestje. Ze houden kleinere hoeveelheden dieren en laten ze niet te dicht op elkaar leven. Varkens kunnen naar buiten en wroeten in de modder. Kippen scharrelen rond. Koeien staan een groot deel van het jaar in de wei. In de stallen zijn ramen, er komt frisse lucht binnen en er ligt stro op de vloer. Ingrepen, zoals het afknippen van de staart, zijn niet toegestaan. Biologische producten eet je met een gerust hart.
4. Echter geur, kleur en smaak
Biologische voeding is puur natuur. Er worden geen synthetische conserveringsmiddelen, smaak-, geur- en kleurstoffen toegevoegd bij de verwerking. Er komen steeds meer aanwijzingen dat dergelijke stoffen de oorzaak van allergieën en gedragsproblemen bij kinderen kunnen zijn. Puur natuur is beter. 5. Geen gentechnologie
De biologische landbouw is gentech-vrij. De biologische landbouw wil geen gentech gebruiken omdat er nog veel vragen zijn over de veiligheid en de beheersbaarheid van deze techniek. Maar bovenal omdat de biologische landbouw wil blijven uitgaan van natuurlijke processen. Biologische boeren en tuinders willen met de natuur samenwerken in plaats van de natuur te veranderen door genetische manipulatie. Met een biologisch product weet u zeker dat u gentech-vrije voeding eet.
6. Planten met natuurlijke weerstand
Biologische groenten en fruit worden geteeld zonder chemische bestrijdingsmiddelen.
Om
ziekten en plagen te voorkomen, worden andere maatregelen genomen. Er wordt alleen dierlijke mest en compost gebruikt, vaak van het eigen bedrijf. Dat houdt de bodem vruchtbaar. Biologische tuinders en akkerbouwers kiezen sterke plantenrassen die gewend zijn op eigen kracht te groeien. Ook met vruchtwisseling - door elk seizoen een ander gewas op een perceel te telen -
kan
de biologische tuinder veel problemen voorkomen. Onkruid wordt gewied met de hand of met de wiedmachine. Planten met een natuurlijke weerstand zijn gezonder.
7. Een eerlijke prijs
Voor biologische producten betaalt u een eerlijke prijs. Daarmee krijgt de biologische boer een eerlijk inkomen. Dat is belangrijk in een tijd waarin steeds meer boeren hun bedrijf moeten opgeven. Voor biologische boeren in de derde wereld is een eerlijke prijs nog meer van belang. Een boer die zelf genoeg verdient,
kan
z'n kinderen naar school sturen en een toekomst bieden.
8. Een mooier landschap
Een weiland met koeien, dat hoort bij
Nederland
. Gelukkig lopen op een biologische boerderij de koeien een groot deel van het jaar buiten. Onderzoek heeft aangetoond dat biologische bedrijven meer bijdragen aan een mooi landschap dan gangbare. Niet alleen door de koeien buiten te laten lopen. Bijvoorbeeld in West-Friesland en Waterland hebben biologische akkers en weilanden door het jaar heen meer kleurvariaties aan bloemen. Door biologisch te kopen, helpt u mee aan een mooi
Hollands
landschap.
9. Goed voor de natuur
Omdat de biologische landbouw geen kunstmest gebruikt en alle dierlijke mest in de kringloop teruggaat, is er geen mestoverschot. De bodems en sloten rondom biologische bedrijven hebben dan ook nauwelijks last van verzuring en vermesting. Ook wordt de natuur niet verstoord door chemische bestrijdingsmiddelen. Rond een biologisch bedrijf vind je dan ook vaak een grotere diversiteit aan wilde planten en dieren dan rond een gangbaar bedrijf. Vooral vlinders, die zeer gevoelig zijn voor bestrijdingsmiddelen, en vogels komen er meer voor.
10. Beter voor de maatschappij
De biologische landbouw levert de maatschappij veel voordelen op:
* Er is minder vervuiling van sloten, meren en grondwater. Dat bespaart waterzuiveringskosten.
* Door het gebruik van natuurlijke mest
kan
biologische grond beter regenwater opnemen en vasthouden.
Dat voorkomt snelle afwatering en overstroming van rivieren.
* Er is minder
kans
op massale uitbraak van dierziektes als BSE, de varkens- en vogelpest. Dergelijke ziektes kosten de gemeenschap miljarden.
Biologische landbouw is beter voor milieu en landschap en bevordert dierenwelzijn. Biologisch eten en drinken smaakt lekkerder en is langer houdbaar. Allemaal wetenschappellijk aangetoonde pluspunten. “En natuurlijk is biologisch ook gezonder.”
Over die laatste bewering zijn de geleerden het nog niet eens. Pas recent wordt meer specifiek onderzoek gedaan naar de vermeende gezondheid van biologische voeding. Zo hebben wetenschappers onder meer gekeken naar vitamine-gehaltes, mineralen, anti-oxidanten en eiwitkwaliteit. Biologische voedingsmiddelen scoren op deze punten beter dan gangbare.
Milieu-Effekten:
Meer dan welke aktiviteit dan ook, heeft onze manier van eten effekt op het milieu. Door plantaardig te eten lever je een sterk positieve bijdrage aan de verbetering van het milieu. Wist je dat:
Van dezelfde oppervlakte landbouwgrond waarvan 1 persoon met een 'standaard-dieet' (met vlees)
kan
worden gevoed, kunnen 3-7 vegetariërs of 12-20 veganisten leven.
Er wordt geschat dat het aandeel van de veeteelt in de verdwijning van het tropisch regenwoud 80% is. Het kappen van tropisch regenwoud is veruit de belangrijkste oorzaak van het uitsterven van plant- en diersoorten.
Om 0,5 kg vlees te produceren is 100 keer zoveel water nodig als voor 0,5 kg graan. Dit is net zo veel water als een gemiddeld westers gezin in een maand voor het totale huishouden gebruikt. Eén portie rundvlees staat gelijk aan de dagelijkse waterbehoefte van 548 mensen. Met het water dat verspild wordt met alleen de Nederlandse rundvleesconsumptie
kan
een derde van de wereldbevolking een jaar lang in zijn drinkwaterbehoefte voorzien!
De veehouderij is met 61% veruit de grootste bron van de zure neerslag die bossen en heide ernstig aantast, zelfs nog ver boven het verkeer (18%).
In 1997 produceerde de Nederlandse veestapel 77.093 miljoen kilo mest; genoeg om de hele gemeente
Amsterdam
met een 25 cm dikke laag te bedekken! De produktie van één broodje kaas brengt 600 gram mest met zich mee.
Bij omzetting van graan in dierlijk voedsel gaat van de eiwitten 90% verloren, van de calorieën 96% en van de vezels gaat er zelfs 100% verloren.
Conclusie:
1: Eet Logisch dus Biologisch.
2: bereid altijd je voedsel goed voor.
3: werk en leef met een goede Hygiene
4: Houd je aan de voedselwetten, er zijn overduidelijk voldoende aanwijzingen dat
dat gewoon gezonder is voor lichaam, geest en milieu, ook zowel
economisch als ekologisch.
Al is het bewijs niet altijd voor handen en heeft de mens nog niet alles ontdekt.
5: beperk vlees eten tot 1 a 2 maal per week,
6: grond wat geschikt is om granen/groenten etc te verbouwen, gebruik dat
dan niet voor vee
7: de Argentijnse
Pampa
, Toendra’s, Bossen, Prairie’s etc dat zijn gronden zeer
geschikt voor vee en minder voor landbouw
8: Dieren ( zowel ter land, ter zee als in de lucht) zijn ondergebracht in 3
hoofdgroepen
A: voor Consumtie geschikte dieren, (
Herten
, Koeien, Bisons,
Kippen, Zalm etc)
B: de Roofdieren die deze populatie gezond houd en de zieke
en zwakke dieren verwijderen. (Leeuwen, Haaien, Adelaars, etc etc)
C: de Opruimers, Aaseters (Paling, Mossel, Gieren, Jakhals etc etc)
9: al het bovenstaande is slechts een kleine greep uit al het voorhanden zijnde materiaal
Laat je niet misleiden door reclame,
alles waar reclame voor gemaakt MOET worden is NIET goed voor je.
Ook in je Bijbel staan nog veel meer Leef en Voedings voorschriften,
houd je daaraan
het is Goed en Gezond voor je, Daarom zijn ze er.
Onderzoek alles en behoud het Goede
|